|
“Als ik een eiland zie, moet ik erheen”
In
het werk van Rolf Weijburg zie je dromerige eilanden, Afrikaanse
kusten of de exotische steden van Jemen of Malta en maar zelden
Utrecht. Niet dat hij zijn stad ongeschikt vindt, integendeel. Het
zijn hier vooral de details van de gebouwen in de buurt die hem
aanspreken. “Als ik naar buiten loop, zie ik aan het eind van de
straat een van de prachtige torens van het Ooglijdersgasthuis. Die
kan ik elke dag zien en dan hoef ik hem toch niet meer te
tekenen?”

Gelukkig
is dat wel al gebeurd op de ‘ets met de torentjes’, waarop alle
torens van Utrecht zijn afgebeeld. Bedacht op het zolderatelier dat
Weijburg had aan het Domplein. “Daar zat een klapluikje in het dak
en als ik dat opendeed, zag ik het torentje van de oude
gemeentebibliotheek. Dat torentje wilde ik altijd nog eens tekenen
en daar zijn alle andere torens van Utrecht bijgekomen.”
Rolf
Weijburg is een bekende graficus. Hij maakt etsen die opvallen door
felle kleuren en meerdere perspectieven. Het zijn combinaties van
herinneringen, notities en foto’s die Weijburg meeneemt van verre
reizen. Zijn eerste anderhalf jaar durende reis door het Midden
Oosten en Afrika maakte hij eind jaren zeventig, na zijn opleiding
aan de Utrechtse kunstacademie en na succesvolle tentoonstellingen
in Milaan en Rome. “Ik wilde naar landen waar nog weinig mensen
van gehoord hebben en daar liggen er flink wat van in Afrika”. Dat
continent spreekt hem nog steeds aan omdat “improviseren er een
levensvoorwaarde is, men altijd een oplossing voor problemen vindt
en daar vooral bij blijft lachen,” zegt Weijburg.
Maar
het gaat niet alleen om het Afrikaanse continent: “Als ik een
eiland zie, dan moet ik erheen, want ik hoop altijd dat zo’n
eiland een stukje geconcentreerd Afrika is”. Wat hem fascineert,
is dat de vroegere ontdekkingsreizigers eilanden tekenden vanaf het
water en daarvan vervolgens een voorstelling op een landkaart
probeerden te maken. “Nu werkt het andersom, want nu ken je het
eiland immers al als stip op de kaart en hoe is het dan om daar aan
te komen vliegen of varen? Hoe ziet het er echt uit? Dat wil ik
graag weten!” De hoedanigheid ‘eilandfreak met een
cartografietik’ bracht hem op alle eilanden rond Afrika. Dat
leidde weer tot het boek L'Afrique
Périphérique – Een Atlas van de Eilanden rond
Afrika, waarvan de door
zijn vrouw Catherine Cazier gemaakte Franse versie vorig jaar werd
genomineerd voor een Franse reisboekenprijs.
Met
de opmerking dat er beroerdere bestemmingen te bedenken zijn dan
exotische eilanden is Weijburg het niet eens. Hij vertelt over het
eiland Nauru, een republiekje in de Stille Oceaan dat hij gaat
bezoeken voor een project waarin hij de twintig kleinste landen van
de wereld portretteert. Het wordt door de bewoners afgegraven en
verkocht, want het bestaat uit waardevolle vogelmest. “Er is nu
alleen nog een ring over, waarop een autoweg ligt met om de honderd
meter een benzinestation. Daarover rijden de verveelde, door de mest
rijk geworden bewoners rondjes met hun fourwheeldrives. Net zolang
tot het hele eiland afgegraven is.” Rolf merkt op dat zijn reizen
tegenwoordig wel minder lang duren. “Ik heb last van heimwee
gekregen en kom na twee weken weer terug,” zegt hij. “Heimwee
naar de buurt?”, opperen we voorzichtig. Nee, het is heimwee
naar zijn twee dochters…
Zie
ook de website van Rolf Weijburg:
www.weijburg.nl
|