Dit artikel verscheen in het meinummer van 2003

 

 





voorpagina

 


“Als ik een eiland zie, moet ik erheen”

 

In het werk van Rolf Weijburg zie je dromerige eilanden, Afrikaanse kusten of de exotische steden van Jemen of Malta en maar zelden Utrecht. Niet dat hij zijn stad ongeschikt vindt, integendeel. Het zijn hier vooral de details van de gebouwen in de buurt die hem aanspreken. “Als ik naar buiten loop, zie ik aan het eind van de straat een van de prachtige torens van het Ooglijdersgasthuis. Die kan ik elke dag zien en dan hoef ik hem toch niet meer te tekenen?”

Gelukkig is dat wel al gebeurd op de ‘ets met de torentjes’, waarop alle torens van Utrecht zijn afgebeeld. Bedacht op het zolderatelier dat Weijburg had aan het Domplein. “Daar zat een klapluikje in het dak en als ik dat opendeed, zag ik het torentje van de oude gemeentebibliotheek. Dat torentje wilde ik altijd nog eens tekenen en daar zijn alle andere torens van Utrecht bijgekomen.”

Rolf Weijburg is een bekende graficus. Hij maakt etsen die opvallen door felle kleuren en meerdere perspectieven. Het zijn combinaties van herinneringen, notities en foto’s die Weijburg meeneemt van verre reizen. Zijn eerste anderhalf jaar durende reis door het Midden Oosten en Afrika maakte hij eind jaren zeventig, na zijn opleiding aan de Utrechtse kunstacademie en na succesvolle tentoonstellingen in Milaan en Rome. “Ik wilde naar landen waar nog weinig mensen van gehoord hebben en daar liggen er flink wat van in Afrika”. Dat continent spreekt hem nog steeds aan omdat “improviseren er een levensvoorwaarde is, men altijd een oplossing voor problemen vindt en daar vooral bij blijft lachen,” zegt Weijburg.

Maar het gaat niet alleen om het Afrikaanse continent: “Als ik een eiland zie, dan moet ik erheen, want ik hoop altijd dat zo’n eiland een stukje geconcentreerd Afrika is”. Wat hem fascineert, is dat de vroegere ontdekkingsreizigers eilanden tekenden vanaf het water en daarvan vervolgens een voorstelling op een landkaart probeerden te maken. “Nu werkt het andersom, want nu ken je het eiland immers al als stip op de kaart en hoe is het dan om daar aan te komen vliegen of varen? Hoe ziet het er echt uit? Dat wil ik graag weten!” De hoedanigheid ‘eilandfreak met een cartografietik’ bracht hem op alle eilanden rond Afrika. Dat leidde weer tot het boek L'Afrique Périphérique Een Atlas van de Eilanden rond Afrika, waarvan de door zijn vrouw Catherine Cazier gemaakte Franse versie vorig jaar werd genomineerd voor een Franse reisboekenprijs.

Met de opmerking dat er beroerdere bestemmingen te bedenken zijn dan exotische eilanden is Weijburg het niet eens. Hij vertelt over het eiland Nauru, een republiekje in de Stille Oceaan dat hij gaat bezoeken voor een project waarin hij de twintig kleinste landen van de wereld portretteert. Het wordt door de bewoners afgegraven en verkocht, want het bestaat uit waardevolle vogelmest. “Er is nu alleen nog een ring over, waarop een autoweg ligt met om de honderd meter een benzinestation. Daarover rijden de verveelde, door de mest rijk geworden bewoners rondjes met hun fourwheeldrives. Net zolang tot het hele eiland afgegraven is.” Rolf merkt op dat zijn reizen tegenwoordig wel minder lang duren. “Ik heb last van heimwee gekregen en kom na twee weken weer terug,” zegt hij. “Heimwee naar de buurt?”, opperen we voorzichtig. Nee, het is heimwee naar zijn twee dochters…

Zie ook de website van Rolf Weijburg: www.weijburg.nl

 

Meer kunstenaars in Wittevrouwen